Jana van Eeckhout/ oktober 14, 2019/ 1 - Nederlands, Depressie/burn-out, Moederschap/ 1 comments

Jana wist het al vroeg. Als ik 16 ben, wil ik kinderen! Maakt niet uit met wie of hoe, maar ik wil ze! Nu is ze 26 jaar en mama van een mooie meisjestweeling van bijna 2 jaar oud: Nana en Elina. Maar het leven is niet altijd makkelijk geweest voor haar. “Ik heb zo vaak gedacht: Nu is het genoeg, ik trek dit niet meer en rijd gewoon tegen een boom.” In dit stuk vertelt ze haar verhaal.

Mijn zoektocht

Op de middelbare school kon ik nooit echt mijn draai vinden. Ik heb steeds andere richtingen uitgeprobeerd, van school naar school, maar nooit zat ik écht op mijn plek. Hierdoor werd ik onzeker. Hoor ik wel ergens bij? Ga ik ooit een richting vinden die mij wel aanstaat?

Na lang nadenken kwam ik uit op een baan als entertainer in een hotel. Vooral voor kindjes dan, want daar was ik zo graag mee bezig. Zo gezegd, zo gedaan: ik zou naar het buitenland vertrekken.

Dilemma

De koffers stonden klaar om ingepakt te worden, en ik keek er enorm naar uit. Er was alleen een klein dingetje dat ik niet uit mijn hoofd kreeg. Als ik vertrek, zet ik mijn leven hier stil. Dus ook die kinderwens. En alsof iemand me had gehoord, leerde ik een paar maanden voor ik vertrok mijn vriend kennen. Het was ‘love at first sight’. Maar ik ging wel weg. Ver weg. Dus heb ik mezelf voor een keuze gezet. Wat wil je? Een leuke baan of hier blijven en vroeg een gezinnetje starten?

Ik bleef dus hier, thuis. Als ik aan kinderen wilde beginnen, had ik natuurlijk wel een huis nodig. Maar ook daarvoor heb je geld nodig. Dus ik zocht een baan. Ik kwam net uit school en dacht: ik ga niet stilzitten, ik pak wat ik pakken kan! Zo kwam ik aan mijn eerste echte baan in een supermarkt.

Na meerdere banen gehad te hebben in meerdere supermarkten, telkens zonder goede afloop, zonk ik diep. Ik kreeg medicatie voorgeschreven voor een depressie. Wat moest ik doen?

Kinderwens

Na veel gesprekken met mijn partner besloten we dat er nooit een goed moment zou zijn om aan kinderen te beginnen. Waarom niet nu? Ja waarom niet? Dus daar gingen we. Ons volgende avontuur begon. Ergens hoopte ik dat ik zo goed zou zijn in het hele ‘mama-zijn’ dat mijn depressie als sneeuw voor de zon zou verdwijnen. Na ongeveer een jaar proberen kreeg ik eindelijk een positieve test in handen. Ik kon mijn geluk niet op. Eindelijk iets dat ging zoals ik het wou.

De eerste echo

Onze eerste echo. Met klamme handjes ging ik naar de praktijk van de gynaecologe. De doemdenker in mij had al vastgesteld dat het een miskraam ging zijn. Geen twijfel mogelijk. Tot de gynaecologe zei: “Oh kijk, het zijn er twee!” Ik denk dat mijn partner en ik nog nooit zo lang stil zijn geweest. Zo onwerkelijk. Hoe gaan we dit doen? Die eerste weken leefde ik in shock. Ik wist niet of ik dit wel zou aankunnen. Mentaal was ik niet stabiel. Naarmate de maanden verstreken, wende het idee dat ik niet één maar twee kindjes tegelijk ging krijgen wel. Maar of je nu gewend bent aan het idee of niet, voor mij was er geen manier mogelijk om ons voor te bereiden op wat kwam.

De geboorte

Na een zwangerschap met zwangerschapsdiabetes (=dagelijks spuiten in m’n bil duwen) werden na 36 weken en 6 dagen onze twee meisjes geboren. Twee veel te kleine, magere meisjes. Ze hebben in totaal 14 dagen in het ziekenhuis gelegen. En ik dacht dat ik toen al moe was. Wat een luxe was het dat je af en toe nog naar huis kon gaan om bij te slapen. Na twee weken stonden we er alleen voor.

Geen roze wolk

Al snel werd duidelijk dat de ‘roze wolk’ die zo vaak genoemd was, voorbij ons huis was gevlogen. Elina had zo’n moeite met alles wat rond haar gebeurde en huilde 17 van de 24 uur. Nana was gelukkig, maar had ook de typische huilavonden zoals bijna alle baby’s die hebben. Ik heb na een maand zo vaak gedacht: “Nu is het genoeg, ik trek dit niet meer en rijd gewoon tegen een boom.”

Gelukkig had ik veel steun van mijn ouders en beste vriendin. Mijn partner was en is een top-papa. Maar ik, ik was niets. Ik voelde niets. Ik kon geen schreeuwtje meer horen, en de klik die moeders hebben met hun kindjes had ik niet. Meerdere keren per dag wenste ik ze weg. Maar wat moet je? Zomaar ophouden? Gaat jammer genoeg niet. Dus je blijft knokken.

Ziek

De kids waren een nachtje bij mijn ouders logeren en ik kon eindelijk wat slaap inhalen.
Ik werd ‘s nachts wakker met zo’n enorme pijn en schreeuwde dat mijn vriend me nu naar het ziekenhuis moest brengen. Conclusie: 19 galstenen. Door de kijkoperatie werd mijn pancreas geraakt en kreeg ik een zware vorm van pancreatitis. De volgende 3 weken bracht ik in het ziekenhuis door. Ik zag m’n kindjes een uurtje per dag, soms niet. Ik miste ze niet. Hoe vaak ik mezelf daarvoor heb gehaat. Iets wat ik altijd al wou, had ik nu, in meervoud. En ik wou het niet. Na het verlaten van het ziekenhuis werd ik op dieet gezet zodat ik een maand later geopereerd kon worden. Die operatie ging vlot en ik knapte snel weer op. Maar dit betekende dat ik ook weer terug bij mijn kids was.

Op aanraden van de psychiater mocht ik niet alleen zijn met ze. Niet omdat ze dachten dat ik ze iets ging aandoen, maar zodat ik niet ging flippen. Flippen doe ik nog steeds, bij elk kreetje. Maar ik ging door. Mijn kids ook.

Piepend aan een machine

Tot op het moment dat Nana steeds minder en minder at, en ze uiteindelijk elke vorm van eten en drinken weigerde. Dit frustreerde mij zo erg. Waarom kan ik geen ‘normale’ baby hebben? We werden opgenomen en ze kreeg sondevoeding. Na een week ziekenhuis werden we ontslagen. Ze at weer. Een week later gebeurde hetzelfde. Elke vorm van voeding werd geweigerd. Weer werden we opgenomen en kreeg ze sondevoeding. Ze vonden geen reden waardoor ze niet zou eten, dus de sondevoeding kon nog wel een tijd duren. Zo leerde we in het ziekenhuis hoe we thuis haar voeding konden geven via een sonde. We hebben dag en nacht naast een piepend machientje gehangen dat aan zo’n mooi klein meisje vasthing. Mijn hart brak. Ik faalde als moeder. Iedereen rondom mij zei dat het aan mijn stress kon liggen. Ze zou deze kunnen voelen en daarom stoppen met eten.

Na een paar maanden knapte ze gelukkig op. Ze eet nog steeds niet veel en zal altijd een mager meisje blijven maar ik ben trots hoe sterk ze er is uitgekomen.

Groei

Ik daarentegen voelde me nog steeds geen mama. Er waren zoveel momenten dat ik wou dat ze er niet waren. Als ik daar nu aan terug denk, voel ik me daar slecht over. Ik ben ongeveer 4 maanden fulltime met ze thuis geweest. Dag in, dag uit. Ja, ze gingen en gaan nog steeds vaak een nachtje naar mijn ouders en geloof me, daar kijk ik elke week naar uit.

Ik kan inmiddels van mezelf zeggen dat ik enorm ben gegroeid. En daarmee is ook de onvoorwaardelijke liefde die ik voor hen voel gegroeid. Ja ik ben een mama nu. Ik hou enorm veel van mijn twee meisjes en zou me geen leven meer kunnen voorstellen zonder hen. Alhoewel ik dat soms nog wel eens stiekem doe.

Ik ben nu het belangrijkst

Ik heb het eerste jaar in een waas beleefd. Ik was mentaal niet aanwezig en daar heb ik zo’n spijt van. Dat krijgen we nooit meer terug. En hoewel ik voor geen geld van de wereld terug zou willen gaan naar die tijd, heb ik spijt dat ik er toen niet was.

Voor nu gaat alles met hen goed. Ze groeien, spelen, vechten zoals elke tweeling. Nu kan ik eindelijk zeggen dat het tijd is om écht aan mezelf te gaan werken. Hoe? Geen idee. Ik blijf wekelijks mijn psychiater zien, blijf mijn medicatie nemen en probeer rust te vinden in mijn hoofd. Dat is voor nu het allerbelangrijkste. Ik ben nu het allerbelangrijkste.

Share this Post

1 Comment

  1. Jeetje, wat heftig en herkenbaar.. knuffel en je bent een topper!

Geef een reactie